Besparing narekenen: twee uitgewerkte voorbeelden
Van liters en watt naar een bedrag per jaar. Alle invoer staat erbij, zodat je de berekening kunt controleren en vervangen door je eigen cijfers.
Deze voorbeelden zijn geen metingen in een huishouden, geen producttest en geen belofte voor jouw rekening. De tarieven zijn gekozen rekenwaarden. We rekenen met ongeronde tussenuitkomsten en ronden bedragen pas aan het einde af.
1. Van 8 naar 5 minuten douchen
Twee personen douchen ieder 7 keer per week met 8 liter per minuut. We vergelijken 8 met 5 minuten over 52 weken. Het leidingwater gaat in het model van 10 naar 38 °C. Warm water komt uit een gasketel met aangenomen rendement 90%; gas kost € 1,30/m³ en water € 1,50/m³ variabel.
| Stap | Berekening | Uitkomst |
|---|---|---|
| Aantal douches | 2 × 7 × 52 | 728 per 52 weken |
| Water, eerst | 728 × 8 minuten × 8 liter/min | 46.592 liter |
| Water, daarna | 728 × 5 minuten × 8 liter/min | 29.120 liter |
| Verschil water | 46.592 − 29.120 | 17.472 liter |
| Verschil warmte | 17.472 × (38 − 10) × 4,186 ÷ 3.600 | 568,85 kWh warmte |
| Verschil gas | Warmte ÷ 0,90 ÷ 9,77 kWh/m³ | 64,69 m³ gas |
| Verschil gaskosten | Ongeafrond gasverschil × € 1,30 | € 84,10 |
| Verschil waterkosten | 17,472 m³ × € 1,50 | € 26,21 |
| Samen, ongerond opgeteld | Gas- plus waterkosten | € 110,31 per 52 weken |
Waterkosten weglaten? Vul 0 in voor het watertarief; dan blijft € 84,10 aan berekende gaskosten over.
De warmteberekening gebruikt 4,186 kJ per liter per graad en 3.600 kJ per kWh. De 9,77 kWh per m³ gas is een vaste modelaanname. Rendement en leidingwatertemperatuur zijn geen metingen. Vaste kosten en afzonderlijke opstart-, leiding- en stilstandsverliezen ontbreken. Vul hetzelfde scenario of jouw eigen waarden in.
En bij elektrisch warm water?
Bij dezelfde 568,85 kWh warmte, een rekenfactor 1 en € 0,30/kWh is het energieverschil € 170,65. Met factor 3 wordt dat € 56,88. Waterkosten komen daar nog bij. Factor 3 is uitsluitend een voorbeeld: de prestatie van jouw warmtepompboiler kan anders zijn.
2. Een apparaat van 100 watt
Een fictief apparaat gebruikt constant 100 watt, 4 uur per dag en 365 dagen per jaar. Het gekozen stroomtarief is € 0,30/kWh.
- 100 watt ÷ 1.000 = 0,1 kW.
- 0,1 kW × 4 uur × 365 dagen = 146 kWh per jaar.
- 146 kWh × € 0,30 = € 43,80 per jaar aan variabele stroomkosten.
- Bij 3 uur per dag wordt dat 109,5 kWh en € 32,85. Eén uur minder geeft in dit scenario € 10,95 verschil.
Dit past bij een constant vermogen. Het typeplaatje van een koelkast of wasmachine zegt niet hoeveel het apparaat gedurende een dag of cyclus werkelijk gebruikt. Bekijk dan hoe je een apparaat meet. De berekening omvat geen aanschafkosten, vaste kosten, teruglevering of wisselende tarieven.
Van voorbeeld naar eigen meting
Bewaar meetdatum, periode, instellingen en tarief bij je uitkomst. Verander één factor tegelijk en noteer wat anders was. Vergelijk geen winterweek met een zomerweek alsof de omstandigheden gelijk zijn. Gebruik het meetplan voor douchen of de gids voor stroom meten als start.
Herkomst en controle
Deze scenario’s zijn door Redactie Energie besparen opgesteld. De douche-uitkomsten zijn gecontroleerd met dezelfde formule als de calculator en met geautomatiseerde controles voor gas, elektriciteit en waterkosten. Ze zijn niet gebaseerd op een uitgevoerde woningmeting. Lees hoe we rekenen en schrijven.